Infrastructuur
Met IT-infrastructuur bedoelen mensen meestal het geheel van technische bouwstenen waarop de organisatie draait: werkplekken, netwerk, internetverbindingen, servers, cloudomgevingen, accounts, back-up en beheer. In due diligence moet u deze term dus lezen als: de fundering onder processen en dienstverlening, niet als één los kastje of één server.
Netwerk
Het netwerk is de manier waarop apparaten, systemen en locaties met elkaar praten. Denk aan wifi, switches, firewalls, VPN-verbindingen en internetlijnen. Als een rapport zegt dat het netwerk zwak of verouderd is, moet u dat lezen als een risico voor bereikbaarheid, prestaties en vaak ook security.
Server
Een server is een systeem waarop applicaties, bestanden of databases draaien. Dat kan een fysieke machine zijn of een virtuele server in een datacenter of cloud. In de context van due diligence zegt een server vooral iets over afhankelijkheid, onderhoud, levensduur en herstelmogelijkheden.
Cloud
Cloud betekent dat systemen of onderdelen daarvan niet lokaal in eigen pand staan, maar als dienst worden afgenomen bij een externe aanbieder. Dat klinkt modern, maar is niet automatisch beter. In due diligence moet u cloud lezen als een combinatie van kansen en afhankelijkheden: schaalbaarheid aan de ene kant, contract- en leveranciersrisico aan de andere kant.
On-premise
On-premise betekent dat systemen vooral in eigen beheer of op een eigen locatie draaien. Vaak denken mensen dan aan “ouderwets”, maar dat hoeft niet zo te zijn. In due diligence leest u dit vooral als: meer directe controle, maar ook meer eigen verantwoordelijkheid voor beheer, onderhoud, uitwijk en beveiliging.
Werkplek / endpoint
Een werkplek of endpoint is het apparaat waarmee gebruikers werken, zoals een laptop, desktop, tablet of telefoon. In rapportages wordt dit vaak genoemd bij beheer, patching en beveiliging. U moet dat lezen als een praktische vraag: hoe goed beheerst de organisatie de apparaten waarmee mensen dagelijks toegang hebben tot data en systemen?
Identity & Access Management (IAM)
IAM gaat over gebruikersaccounts, rechten, rollen en toegangscontrole. Eenvoudig gezegd: wie mag waar in, en hoe wordt dat beheerd? In due diligence is dit belangrijk omdat zwakke accountstructuren vaak wijzen op bredere beheersproblemen, vooral bij uitdiensttreding, leveranciersbeheer en security.
Back-up
Een back-up is een reservekopie van data of systemen, bedoeld om na fouten, uitval of ransomware te kunnen herstellen. Het woord “back-up aanwezig” klinkt geruststellend, maar dat zegt nog weinig. In due diligence moet u vooral kijken of herstel echt getest is en of de back-up past bij de maximaal aanvaardbare schade en downtime.
Disaster recovery
Disaster recovery gaat over hoe een organisatie na een ernstige verstoring weer op gang komt. Dat is breder dan alleen een back-up. U moet dit lezen als de praktische herstelstrategie voor een serieus incident, inclusief verantwoordelijkheden, prioriteiten, testdiscipline en afhankelijkheden.
RTO en RPO
RTO is de gewenste hersteltijd; RPO is het maximaal aanvaardbare dataverlies in tijd. Dit zijn technische afkortingen met heel bestuurlijke gevolgen. In gewone taal zeggen ze: hoe lang mag iets eruit liggen, en hoeveel informatie mag verloren gaan zonder dat de schade te groot wordt?
Single point of failure
Een single point of failure is één onderdeel waarvan te veel afhangt. Dat kan een server zijn, maar ook een sleutelpersoon, een specifieke leverancier of één internetverbinding. In due diligence moet u deze term lezen als: hier zit een disproportioneel risico dat bij uitval direct een kettingreactie kan geven.
Managed Service Provider (MSP)
Een MSP is een externe partij die beheer, monitoring of technische dienstverlening uitvoert. Dat kan handig zijn, maar het verplaatst ook kennis en afhankelijkheid naar buiten. In due diligence is de echte vraag niet of er een MSP is, maar hoe goed de regie, contracten, documentatie en exit zijn geregeld.